Een auto bij de tent?!
Een auto bij de tent?! Ja, met de fiets deden we er ruim twee maanden over om in Nevers te komen en met de auto reden we binnen een dag terug. Reden hiervoor is dat Jurgen zijn Opa op sterven lag en inmiddels is overleden. We dachten alleen terug te komen voor de crematie, maar Opa was altijd al sterk en ook in de laatste levensfase is hij nog (veel) sterker dan verwacht. Ja, anders wordt je natuurlijk ook geen 96 jaar oud.
Hoewel we treurig zijn om verlies van Opa biedt dit wel de gelegenheid om rustig allerlei klusjes te doen en dat is ook wel nuttig. Zo kunnen we weer even wat tijd vrijmaken voor een stukje op de website zodat iedereen weer op de hoogte is van onze belevenissen.
Sinds ons laatste verslag hebben we weer een flink eind gefietst. Het dal van de Loire is relatief vlak en de Loire-a-Velo fietsroute is goed aangegeven en gaat over stille wegen zodat je lekker door kan rijden. Op sommige dagen haalden we gemiddelden (exclusief stoppen uiteraard) tegen de 20 km/uur en op een dag met flinke wind achter reden we geruime tijd 30 km/uur. Ongekende snelheden voor fietsende ouders als wij, die normaal gemiddelden halen van ongeveer 14 km/uur.
Maar laten we beginnen waar we vorige keer opgehouden zijn en enkele interessante stukken en anekdotes beschrijven:
Nadat onze was weer helemaal nat was geregend op de camping waar Hanny weer naar Nederland vertrok (in Mûr-de-Bretagne) hebben we een aantal dagen gehad met wat miezerig weer. Omdat daardoor de was niet wilde drogen rook alles op een gegeven moment naar een wasmand waar de vuile was al een paar weken in zat. En als gevolg daarvan wij dus ook. Je voelt je dan niet zo prettig, maar je hebt wel veel “Lebensraum”. Na een dag of vier sloeg het weer om en werd het steeds mooier zodat we onze was gemakkelijk nog een keer konden wassen en drogen.
Tot de dag voor het mooie weer hebben we het kanaal Nantes-a-Brest gevolgd. Het kanaal is in de tijd van Napoleon aangelegd om de Engelse heerschappij op de wereldzeeën te kunnen omzeilen. Te omjagen beter gezegd want de schepen werden hier getrokken vanaf het jaagpad waar wij nu overheen fietsen. Het moet een geweldige klus zijn geweest om het kanaal aan te leggen want het kanaal van ongeveer 365 km bevat maar liefst 238 sluizen. Het kanaal volgt de loop van vier riviertjes. Dat betekent ondanks de relatief geringe hoogteverschillen dat je toch stroomafwaarts of stroomopwaarts fietst. Stroomafwaarts krijg je steeds een duwtje in de rug als je bij een sluis komt. Keerzijde is dat je steeds even aan moet zetten om een (steil) klimmetje te maken als je stroomafwaarts gaat. Dat is heel leuk en afwisselend rijden maar soms wat zwaar als je binnen een halve kilometer een stuk of 8 sluizen omhoog voor de kiezen krijgt.
Sluis na sluis na sluis is soms best pittig
Bij Nort-sur-Erdre verlaten we het kanaal en steken we door naar de Loire die we bij Ancenis bereiken. In deze omgeving en trouwens in het hele dal van de Loire staan ontzettend veel kastelen, paleizen en paleisjes, kathedralen, kapellen en kerkjes. Leuk om tussen door te rijden al is het bekijken niet echt handig met Joris. Die vind het namelijk leuk als er ergens een echo is. En echo’s hoor je natuurlijk alleen als je een hoop herrie maakt, en dat is meestal niet zo gepast in een kerk.
Het kasteel van Sully-sur-Loire.
Tijdens de rustdag in Angers konden we twee paar nieuwe sloffen voor Joris ophalen bij het postkantoor waar zijn Oma die naar toe gestuurd had. De oude had hij namelijk totaal versleten. Tot twee keer het stiksel doorgesleten en uiteindelijk vielen er zoveel gaten in de zolen dat dicht tapen geen zin meer had. Ja, als je kan lopen dan wil je natuurlijk veel oefenen en dan gaat het hard. Omdat we in geen van de megawinkels in Frankrijk schoentjes konden vinden met slappe zolen hebben we ze maar uit Nederland laten komen. Joris wilde ze meteen aan en was er reuze trots op.
Kijk eens hoe mooi mijn nieuwe sloffen zijn!
Vanuit Angers rijden we binnendoor om de Loire weer te bereiken. Onze route loopt door het leisteenmijnbouwgebied dat tegen Angers aanligt. Inmiddels zijn de groeven gesloten en wordt er een recreatiegebied aangelegd, maar de hopen leisteenafval liggen er nog. Dat geeft een soort half woestijnachtig landschap met hier en daar een soort bergmeertje. Daar bovenuit steken nog de resten van kranen die gebruikt zijn om de leisteen uit de groeve te takelen.
De kranen om de leisteen uit de groeve te takelen.
Die oude kranen uit de vorige eeuw deden ons denken aan de nog veel oudere kraan die we eerder langs de Loire zagen staan. Daar is in vroeger tijdensteenkool gewonnen. Met de hand hakten ze de steenkool weg tot 220 meter diepte. En dan te bedenken dat je alleen opgetakeld kon worden met een sisalkoord aan een groot rad dat met de hand werd aangedreven…
De kraan van de steenkoolmijn.
Via een kettingpontje waar we net oppassen met de fietskar en de bepakte fietsen bereiken we de route langs de Loire weer. De kettingpont heeft veel tijd gekost maar door de wind die we nu van achteren hebben lopen we die weer snel in. We zetten een record door geruime tijd 30+ km per uur te fietsen en voelen ons onverslaanbaar. Dat is de volgende dag snel vergeten als we op het parcours komen van een wielerwedstrijd. Na een afdaling door de wijngaarden begint weer een klim als we worden ingehaald door een (semi?)profrenner. Terwijl wij bijna stilvallen tegen de helling zit hij met ongeveer drie keer trappen 150 meter voor ons. Ach, troosten we onszelf: “Hij heeft geen bagage!”.
Wijngaarden.
Hoewel de valei van de Loire meestal vrij vlak en breed is zijn er hier en daar plekken waar het wat steiler is. We rijden dan vaak tussen de rivier en een kalksteenrotswand in. De streek staat dan ook bekend om de Troglodyten of te wel de grotwoningen. Mooi voor de opslag van wijn uiteraard, maar er schijnen ook hele boerderijen ondergronds te zijn. Die hebben we niet gezien, maar tegenover een van de campings waar we stonden was er wel een rijtje huizen half in en half voor de rots.
Rotswoningen.
Langs de Loire rijden we verder naar Tours en Orleans. In Orleans is het Festival de Loire losgebarsten. Veel oude en nieuwe rivierschepen, maar ook muziek en straattheater en mooie artistieke draaimolens. We genieten van de sfeer en het mooie weer en besluiten nog een dag te blijven en te relaxen op de camping.
Het Loirefestival
Het laatste stuk langs de Loire rijden we tussen Orleans en Nevers. Daar raken we een keer de route een beetje kwijt. We rijden iets te ver door en komen op een smal paadje langs de rivier. We zien bandensporen dus we weten dat je er over kan fietsen. Waarschijnlijk is het bedoeld om te mountainbiken maar we proberen het toch maar. We zijn natuurlijk te eigenwijs om terug te gaan. Het paadje wordt steeds smaller en onze snelheid loopt steeds verder terug. Dan komt er een man op de fiets om de bocht tussen het struikgewas vandaan. Eerst denken we dat hij geen kleding aan heeft maar als hij dichterbij komt blijkt hij een minuscuul zwembroekje aan te hebben met extra bandjes op de heup met mooie bloemetjes eraan. Inwendig moeten we er hard om lachen. Zeer vriendelijk legt hij uit dat het paadje lastig te berijden is met een fietskar omdat er verderop bomen over het pad liggen, waarna hij rustig verder fietst. We vrezen het ergste voor de rest van het pad. Niet omdat we bang zijn voor obstakels, maar omdat we na iedere bocht verwachten twee of meer mensen tegen te komen in een houding waarvan we niet willen dat Joris die aanschouwt. Na de omgevallen bomen en veel mul zand gaan we vlak langs de steile bank van de rivier waar alleen een “vies” boekje ligt. Het zal wel uit het minuscule zwembroekje zijn gevallen, terwijl de fietser dacht dat hij hem in zijn kontzak had gestoken.
Waar gaat dit paadje heen?
De dag voor we in Nevers komen krijgen we een SMS dat de medicatie van Opa gestopt is en dat hij morfine krijgt en dan weg zal zakken. We kunnen via Wifi en Skype bellen en regelen een auto voor de reis naar Nederland. Het is raar om bezig te zijn met een terugkeer naar Nederland terwijl we het zo naar onze zin hebben en het reizen zo lekker gaat. Een dag later rijden we al weer over bekend terrein in Nederland. We hebben vrede met het feit dat Opa zal sterven, hij is ook al 96 jaar oud. De lijdensweg duurt alleen langer dan verwacht. Voor iedereen vervelend om mee te maken. Opa is vannacht overleden en hoeft dus niet meer te lijden en dat is wel een opluchting.
De andere zijde van de terugkeer is dat het leuk om iedereen die we ruim twee maanden niet meer gezien hebben weer te ontmoeten. We worden door iedereen hartelijk ontvangen: Familie, buren, vrienden en collega’s. Dat doet ons goed! Toch hopen we zo snel mogelijk naar Frankrijk te kunnen en weer op de fiets te kunnen springen.
Voor de liefhebbers hieronder nog wat foto’s van onderweg en een overzichtje van de gereden route.
N2H_54_Nevers en Nederland
Sluis na sluis na sluis is soms best pittig
|
Het kasteel van Josselin
|
We zien veel hagedisjes over de warme stenen wegschieten.
|
De kraan van de steenkoolmijn.
|
Kijk eens hoe mooi mijn nieuwe sloffen zijn!
|
Barbara en Joris in een mooi straatje in Angers
|
Leisteenafval.
|
Een woestijnachtig landschap.
|
Een meertje in het leisteenlandschap.
|
De kranen om de leisteen uit de groeve te takelen.
|
De fietsen passen net op het pontje.
|
Wijngaarden.
|
Uitzicht op de Loire.
|
Rotswoningen.
|
Leuke waterspuger.
|
Mooi detail op een kasteel.
|
De Loirevallei staat op de werelderfgoedlijst van Unesco.
|
Uitzicht op Blois
|
Het Loirefestival
|
Leuke draaimolen op het Loirefestival.
|
Traditioneel bootje op de Loire
|
Het kasteel van Sully-sur-Loire.
|
Het kanaal over de Loire bij Briare.
|
De knots om walnoten mee te openen.
|
Langs het kanaal.
|
Het smalle paadje langs de Loire.
|
Waar gaat dit paadje heen?
|
Wel wat smal voor de fietskar.
|
Mooi uitzicht op de Loire.
|
Een auto bij de tent?!
|